Home

Dit jaar dacht ik het slim aan te pakken.

Een paar dagen extra vrij vóór de vakantie.
Geen stress.
Rustig inpakken. Caravan voorbereiden. Alles op tijd klaar.

Ik zag het helemaal voor me.

Ontspannen vertrekken.

Tot ik op mijn eerste vrije dag wakker werd met een droge keel.

Hmm…
Droge lucht? Te weinig gedronken?
Even afwachten.

De volgende ochtend:

Keelpijn.

Oh nee. Niet nu.

Want natuurlijk word je nóóit ziek als je drie weken moet werken en nergens tijd voor hebt.

Nee hoor.

Je lichaam wacht keurig tot je vakantie begint en denkt:

“Zo. Nu ben jij aan de beurt.”

Gesnotter. Thee. Rustig aan doen. En mezelf vooral wijsmaken dat het morgen vast beter zou zijn.

Maar eigenlijk had het ook een voordeel.

Normaal word ik namelijk tijdens de vakantie ziek. Dan mag ik ergens in Frankrijk een arts lastigvallen met mijn steenkolen-Frans, terwijl ik probeer uit te leggen waar ik last van heb.

Dus kijk.

Dit jaar heb ik dat alvast thuis afgevinkt.

Jaarlijkse vakantieziekte: check. ✅

Mijn twee extra vrije dagen waren inmiddels veranderd in twee koortsige dagen, maximaal genietend van mijn eigen bed en vooral bezig met beter worden.

Inpakken?
Vergeten.

Weer in de gaten houden?
Ook even niet.

Terwijl ik normaal als een soort mevrouw Pelleboer meerdere keren per dag de weersverwachting check.

Regen? Zon? Wind? Temperatuur?

Ik wil het allemaal weten.

Maar dit jaar gaat het niet alleen om:

“Wordt het niet te heet?”

Met de temperaturen van deze zomer kijk ik inmiddels vooral naar:

“Waar zijn de branden en hoe komen wij daar straks met die caravan langs?”

Hitte, files, natuurbranden én een caravan achter de auto.

Dat is toch weer een ander niveau van vakantieplanning.

Uiteindelijk de camping maar laten weten dat we paar dagen later komen. 

Na een paar dagen uitzieken voelde ik me eindelijk fit genoeg om alsnog in te pakken.

Alles stond klaar.

Wekker gezet.

De volgende ochtend: klaar voor vertrek.

Dacht ik.

De wekker gaat. Ik loop slaperig naar de badkamer, kijk in de spiegel…

En schrik me helemaal kapot.

Mijn ooglid wappert vol vocht over mijn oog. Ik kan nog net door een kiertje kijken. Mijn halve gezicht is opgezet.

Ik lijk wel een soort Quasimodo

Ik meld daarom subtiel:

“We kunnen niet vertrekken.”

En hoor mezelf er meteen achteraan zeggen:

“Haal die hele zooi maar weer uit de sleurhut, nu al klaar mee! “ 

Natuurlijk is het inmiddels weekend.

Huisartsenpost.

Na ongeveer 60 minuten luisteren naar een keuzemenu waarin je bij iedere klacht uiteindelijk vooral te horen krijgt dat je bij levensbedreigende klachten 112 moet bellen, krijg ik eindelijk een aardige mevrouw aan de lijn.

Of ik even een foto kan sturen.

“Weten jullie dat zeker?” vraag ik.

“Want volgens mij mag ik die foto niet photoshoppen 🤭.”

Ik zie er namelijk werkelijk niet uit.

App installeren, 50.000 wachtwoorden en controles verder… foto geüpload.

Ik bedenk me nog dat die huisarts zich waarschijnlijk ook rot schrikt.

Dus zet ik er maar bij:

“Vooral niet schrikken van de foto.”

En geef ik meteen wat context: de hele week al ziek, twee dagen eerder nog 39,5 graden. Diagnose; het virus lijkt een nieuwe route te hebben gevonden.

Van keel.

Via snotneus.

Naar mijn traanbuis.

Met als resultaat: vocht. Heel veel vocht. 

Een paar uur later 

was het vocht gelukkig wat gezakt. De onderkin was nog gezellig aanwezig, maar vooruit…

Heel voorzichtig besluit toch maar op pad te gaan:De eerste etappe, op naar Limburg.

Want ja…

Wat kan er nou nog misgaan? 😉

Vakantievoorbereiding 2026.

Het begint weer heerlijk relaxed 😂, nu gaan we echt beginnen, ook met mijn blog. Een teaser is altijd goed, maar drie teasers op een rij is wat veel, dus laat het avontuur nu maar echt beginnen. 🤗