Plankgas!
Zoals wel vaker hier hebben we geluk.
De buien gingen keurig noord en zuidwaarts langs ons heen.
Op afstand zagen we indrukwekkend geflits. Prachtig om naar te kijken, zolang het maar lekker ver weg blijft.
Elders in de buurt was het minder idyllisch.
Hagelstenen. Wolkbreuken. Storm.
Wij hielden het gelukkig droog.
Bijna dan.
Want alles lijkt inmiddels weer normaal, behalve de zee.
Kleine, maar krachtige rollers komen het strand op rollen. Geen enorme golven, maar wel met een kracht waardoor je gewoon voelt wat zo’n bak zeewater kan.
En ik heb zo’n vermoeden dat we de komende tijd nog vaker aan dat warme zeewater herinnerd gaan worden.
Deze week hebben we het al gemerkt.
Vandaag en morgen lijken in ieder geval twee stabiele dagen te worden.
Twee dagen.
Daarna komt de kans op onweer weer fors terug, inclusief alle mogelijke randverschijnselen.
Kortom: ik heb twee dagen om te ontspannen.
Daarna moet ik weer vol aan de bak als inmiddels semi-amateurweervrouw.
Want ja, je kunt natuurlijk niet zomaar op vakantie zijn zonder de weerskaarten drie keer per dag te bestuderen.
Normaal gesproken vul ik mijn stranddagen met eindeloos wandelen langs de waterlijn.
En…
Met zand.
Heel veel zand.
Dat ik vervolgens met groot enthousiasme van A naar B verplaats.
Ik maakte vroeger zandsculpturen.
Niet zomaar een kuiltje voor mijn voeten, maar complete bouwwerken.
Alleen is er een kleine kink in de kabel.
Mijn emmertje en schepje zijn er niet.
Bij de verhuizing van vouwwagen naar caravan zijn ze ergens in de schuur beland.
En daar zijn ze gebleven.
Misschien maar goed ook.
Mijn rechter schouder werkt namelijk al een tijdje niet helemaal mee. Mijn schouder heeft namelijk besloten dat zandsculpturen niet meer binnen het arbeidsvoorwaardenpakket vallen van de vakantie.
Middelbare leeftijd.
Je krijgt er blijkbaar niet alleen wijsheid bij, maar ook een lichaam dat af en toe zegt:
“Leuk bedacht. Gaan we niet doen.”
En mijn linker schouder en arm hebben helaas geen enkel artistiek talent.
Dus ik besluit het maar eens een dagje zonder zandsculpturen te proberen.
Mocht dat niet lukken, kan ik hier altijd nog een nieuw setje kopen.
De blikken van mensen wanneer ik met een kinderemmertje en schepje over het strand loop, ben ik inmiddels trouwens gewend.
Ik zie ze gewoon denken:
Die mevrouw heeft ze niet helemaal op een rijtje.
Maar goed.
Ik heb ook nooit beweerd dat ik volwassen ben geworden.
En dan gebeurt er iets.
Onderweg naar het strand zie ik iets nieuws.
Een SUP-automaat.
Je leest het goed.
Een automaat waar je gewoon een SUP kunt huren.
Geen gedoe met zelf een ding oppompen, geen gesjouw en geen geklungel met zo’n enorm pakket.
Al lijkt het me een behoorlijke uitdaging om daar direct mee de zee op te gaan.
Want het allerlaatste wat ik wil, is dat de reddingsbrigade straks een blonde, stuntelende vijftiger uit de golven moet vissen.
En natuurlijk wil je daar dan ook nog foto’s van maken.
Zie je het voor je?
Een onhandige, niet bepaald sportieve vrouw van middelbare leeftijd.
Inclusief opvliegers.
In bikini.
Op een wiebelende plank.
Midden op zee.
Met een heel strand vol publiek.
Nee.
Dat wordt hem niet.
En zeg nou zelf… wat is er eigenlijk mis met een eenvoudig opblaasdier? Een flamingo, een krokodil, desnoods een schildpad. Ik zie hier trouwens meer SUP’s op het strand liggen dan mensen ermee in zee. En ik snap inmiddels waarom. Met een beetje landwind ben je zo onderweg naar de overkant. Als ze er nou gewoon een anker bij zouden leveren, zou ik het nog overwegen.
Maar eerlijk is eerlijk: ik ga wel SUPpen. Zodra ik weer thuis ben. Op ons prachtige Nije Hemelriek heb ik het al eens gedaan en dat was verrassend leuk. Alleen heb ik mezelf inmiddels wel een belangrijke voorwaarde opgelegd: ik moet een helm op. En die verhuren ze er hier natuurlijk niet bij.
Ik ken mezelf namelijk.
De eerste de beste golf, ik stuntel van die plank af, klap met mijn achterhoofd op het ding en lig vervolgens misschien niet bewusteloos, maar wel met een beste buil op mijn kop tussen de golven.
Oké…
Misschien iets te dramatisch.
Maar dat ik daar prima toe in staat ben?
Daar twijfel ik geen seconde aan. 😄
Naast de SUP-automaat is een winkeltje met van die kleine surfplankjes.
Je kent ze wel.
Zo’n piepschuimen ding waar kinderen op hun buik mee de golven af gaan.
Dat ziet er een stuk veiliger uit.
Volgens mij heb ik zo’n ding zeker vijftien jaar geleden voor het laatst gebruikt.
Maar ja…
Wat kan mij het schelen?
Ik koop zo’n plankje.
Loop de zee in.
Wacht op een golf.
De golf komt eraan.
En ik spring.
Nou ja…
Spring is misschien een groot woord.
Ik gooi mezelf op dat ding en laat me meenemen.
WHOESJ.
Daar ga ik.
Recht richting strand.
En het allerergste?
Mijn bikini besluit onderweg een eigen leven te gaan leiden.
Als ik uiteindelijk op het strand aankom, hangt dat ding gedeeltelijk nog om mijn enkels.
Charmant.
Heel charmant.
Maar ik lig dubbel van het lachen.
En ik wil nog een keer.
Dus ik loop weer de zee in.
Wachten.
Golf.
Plank.
Terug.
Nog een keer.
En nog een keer.
De uren vliegen voorbij.
Geen zandsculptuur.
Geen SUP.
Geen emmertje.
Geen schepje.
Wel een kinderplankje en een volwassen vrouw die zich gedraagt alsof ze net ontdekt heeft dat ze kan vliegen.
Als een kind zo blij.
En ineens bedenk ik:
Ik heb helemaal geen SUP-automaat nodig.
Ik hoef geen ingewikkelde activiteiten.
Geen sportief avontuur.
Geen perfect plaatje.
Geef mij een golf en een piepschuimen plankje.
Ik heb geen sub- automaat nodig, ik ga gewoon plank-gas!
Want ouder worden mag dan allerlei gebreken met zich meebrengen…
het kind in mij is gelukkig nog kerngezond, haha.

