Het besluit was rationeel, helder en duidelijk. In theorie. In de praktijk voelde geen van de keuzes goed. Blijven? Geen optie meer. Weggaan? Ook een risico. Kortom: ik zat muurvast.
De vouwwagen stond al ingepakt en wij zaten nog heerlijk onder de parasol op het strand. Mijn gezin keek me aan met die blik van: “Als ze nu wéér zegt dat ze toch wil blijven, lopen we weg. Zonder haar.”
Dus nog een paar uur genieten van de strandbries, zand tussen de tenen, het geluid van de golven. Ik open nog één keer de weer-app. Tegen beter weten in hoop ik op een wonder. Natuurlijk niet.
Een laatste wandeling dan maar, de helft korter dan normaal, en eigenlijk al te veel. Het is gewoon te heet. “dit gaat niet,” besef ik.
En alsof de weergoden met me meelezen, pakken donkere wolken zich samen. “Het zal toch niet…” Jawel hoor.

Dus vertrekken we 30 minuten eerder. Stoelen nog even op de vouwwagen, snel douchen, hup de auto in. Het is 17.00 uur. Buitentemperatuur: 40 graden. Laatste afvalzak in de container gooien? Genoeg om weer het zweet op de rug te hebben.
Na drie kilometer: file. “Het zal toch niet hè…” Gelukkig, alleen bij de grote supermarkt. Een ware toeristische trekpleister in deze hitte. Route du Soleil? Nee joh, bij ons is het Route des Gierende Banden Richting Huis.
Maar ja, meer mensen hadden bedacht dat je beter niet overdag kon rijden in deze oven. Dus stonden we ’s avonds om 22.00 uur nog in de file bij Lyon. Om 23.00 uur eindelijk bij het hotel. Buiten: 30 graden. Binnen: de portier die ons trots begroette alsof we familieleden waren. “Zelfde kamers weer, bij de nooduitgangen en brandblussers.” Heel geruststellend.
De volgende dag door. En eerlijk: ik was chagrijnig. Iedereen op de weg zat me in de weg. Een Audi die voor me treuzelde terwijl ik de berg op moest? “Pleur op!” dacht ik. Dus ik inhalen. Ziet die man mij in mijn Citroën-met-vouwwagen. Zijn gezicht sprak boekdelen: “Dit kán niet.” En ja hoor, even later haalt hij mij weer in. Ik tegen mezelf: “Bianca, laat je niet opnaaien…”
Ondertussen bleef ik het dilemma voelen: waarheen? Ik was in staat om in één ruk door te jakkeren naar huis. Maar goed, we wilden toch nog een beetje vakantiegevoel. Dus koers gezet richting Limburg. Buitenlandgevoel light. Zon, maar niet te heet.
Totdat we door de Ardennen reden. Het begon te betrekken. Temperatuur: 18 graden. Dat is 22 graden kouder dan gisterenavond bij vertrek. Mijn humeur daalde nog verder mee. En toen drong het tot me door: ik had geen lange broek. Geen vest. Geen jas. Twintig jaar lang had ik die dingen wel meegesleept naar Zuid-Frankrijk en nóóit gebruikt. Dit jaar dacht ik: “Licht reizen. Alleen bikini’s, jurkjes, korte broek en drie T-shirts. Klaar.” Ik was zo trots dat het eindelijk gelukt was weinig mee te nemen. En natuurlijk: dit jaar had ik ze dus nodig
Alsof dat nog niet genoeg was, kwam ik erachter dat er op de nieuwe camping geen koelkast te huur was. Normaal huren we er altijd eentje. Dus eerst maar langs de kampeerwinkel voor een koelbox. En wat warme kleren. Ik tussen de rekken. Niks leuks. Alleen een fleecejasje waar je spontaan boswachter van wordt. Maar ja: geen keus. Ook nog twee fleecedekens in de kar.
We rijden de camping op. Zwaar bewolkt. Fris. Vijf minuten buiten de auto en ik had het al koud. De avond moest nog komen.
Ik denk terug aan de hitte van de dagen ervoor. Zweten, puffen, zeuren. En nu, met mijn nieuwe boswachterslook, kijk ik naar de heuvels en de koeien erop. En ik moet lachen. Het is goed zo.
Van bikini naar fleecejack. Dat is óók vakantie. 😂
Nb
Deze vakantieblogs tik ik op mijn telefoon, zonder back-upplan. Tik- en andere foutjes zijn dus onvermijdelijk.