Ik verveel me… help!
We besluiten vroeg op pad te gaan.
Lyon kun je maar beter zo vroeg mogelijk doorkruisen. Helemaal nu we voor het eerst met de caravan achter ons aan rijden.
Ik ben gespannen.
Niet overdreven natuurlijk.
Gewoon een beetje.
Een heel klein beetje.
So far, so good.
We rollen Lyon door alsof we nooit anders hebben gedaan. Geen files. Geen gedoe. Geen caravan die spontaan besluit een eigen leven te gaan leiden.
Ook de weersvoorspelling klopt.
Het is nog steeds warm in het zuiden.
Maar goed, daar waren we inmiddels op voorbereid.
We glijden zo de Rhônevallei door.
Kilometer na kilometer.
Ik begin er bijna vertrouwen in te krijgen.
En dat is natuurlijk het moment waarop je moet oppassen.
Want waar zit het venijn?
Wanneer komt die adder onder het gras vandaan?
Het antwoord laat niet lang op zich wachten.
File.
Tien kilometer voor de camping.
Natuurlijk.
Ieder jaar weer.
Je weet dat het kan gebeuren en tóch komt zo’n file iedere keer weer totaal onverwacht.
Alsof Frankrijk hem speciaal voor ons heeft aangelegd.
De laatste kilometers zijn gelukkig vertrouwd.
We rijden het dorpje binnen.
Ook daar lijkt niets veranderd.
Behalve één ding.
De temperatuur.
Nondeju.
Of, zoals ik het vorig jaar noemde:
tyfusheet.
Vorig jaar vertrokken we hier tijdens een hittegolf.
Dit jaar komen we hier aan tijdens een hittegolf.
Je zou bijna denken dat we er speciaal voor komen.
Mijn humeur is inmiddels tot onder het vriespunt gedaald.
Dat scheelt dan weer met de temperatuur.
Want met de vouwwagen begon hier namelijk de ellende.
In de hitte dat ding opklappen.
Doeken trekken.
Stokken.
Ritsen.
Pielen.
Zweten.
Mopperen.
Nog meer zweten.
Niet te doen.
En nu hebben we een caravan.
Dus volgens mijn man moet het allemaal véél makkelijker zijn.
Dat moet ik eerst nog maar eens zien.
We rijden de plek op.
Eén keer goed.
Geen gehannes.
Geen gestuntel.
De pootjes gaan met behulp van de accuboormachine naar beneden.
De luifel draaien we handmatig uit.
En dan…
zijn we klaar.
Binnen tien minuten zitten we met onze kont op een stoel.
In de schaduw.
Ik kijk om me heen.
Geen zweet.
Geen gedoe.
Geen haringen die zoek zijn.
Geen tentdoek dat niet wil wat ik wil.
Niks.
Nog even een zijflap aanschuiven.
Lampjes ophangen.
En klaar.
Mijn man kijkt me na een tijdje aan.
“Wat is er?”
Ik kijk hem aan.
Als een klein kind.
“Ik verveel me.”
😂
Het is ook nooit goed.
Eerst mopper ik dat het allemaal zo’n gedoe is.
Nu is het te makkelijk.
Ik heb gewoon een hele smalle bandbreedte waarin ik comfortabel ben.
Qua temperatuur dan.
Maar misschien geldt dat ook een beetje voor vakantie.
Ik heb blijkbaar wat reuring nodig.
Omdat ik het warm heb, besluiten we naar het zwembad te gaan.
Ik ga naar het adults-only gedeelte.
Lekker rustig.
Denk ik.
Na tien minuten hang ik aan de rand van het zwembad.
En verveel ik me.
Alweer.
Bovendien voel ik me tussen al die mensen die daar rustig liggen te vegeteren een beetje alsof ik per ongeluk in een bejaardenresort ben beland.
Ik erger me.
Een beetje.
Maar gek genoeg helpt dat.
Het geeft energie.
Ik besluit naar het gewone zwembad te gaan.
Daar gebeurt tenminste wat.
Kinderen die als bommetjes het water in springen.
Spetters over mijn zonnebril.
Nog een bommetje.
Nog meer water.
Ik zie geen klap meer.
Kijk, daar kan ik wat mee.
Die avond wordt uiteindelijk memorabel.
Want tot dat moment loop ik nog steeds een beetje te mopperen.
Ik mis de vouwwagen.
Echt.
Met die vouwwagen gebeurde tenminste iets.
Dit is allemaal zo…
gladjes.
Je zet de caravan neer.
Pootjes uit.
Luifel uit.
Klaar.
“Is dit alles?”
Ik hoor Doe Maar bijna in mijn hoofd zingen.
Is dit alles?
Moeten we nu nog twintig keer met dat perfecte ding op vakantie?
Dan nader ik de tachtig.
Om één uur ’s nachts is het nog steeds dertig graden.
Een uur eerder hebben we de airco aangezet.
Ja.
Je leest het goed.
Een airco.
Wij dragen dus zelf, hoogstpersoonlijk, bij aan de opwarming van de aarde.
Maar eenmaal plat is het een openbaring.
Wat een uitvinding.
Ik maak mezelf wijs dat dit mag zolang ik opvliegers heb. 😂
Daarna zien we wel weer verder.
En dan…
Precies op het moment dat ik denk dat ik veroordeeld ben tot een saaie vakantie vol prachtige uitzichten, geluid van de golven, stokbrood, wijntjes en Franse kaarsjes…
komt er licht aan de horizon.
De Franse nieuwszenders kondigen code oranje aan.
Storm.
Onweer.
Bakken met regen.
Wind.
Ik veer overeind.
Mijn ogen beginnen te glimmen.
Eindelijk.
Reuring.
De crisiscoördinator in mij wordt wakker.
Haringen controleren.
Geultjes graven.
Alles opladen voordat de stroom uitvalt.
Proviand inslaan.
Luifel controleren.
Scenario’s bedenken.
Wat als…
Wat als…
Wat als…
Ik bloei helemaal op.
Mijn man kijkt me aan.
Volgens mij begrijpt hij het ineens.
Ik heb geen vakantie nodig.
Ik heb gewoon af en toe een kleine crisis nodig. 😜
En ineens vind ik die caravan helemaal geweldig.
