We waren net gewend aan de tropische temperaturen. Ons strakke vakantieprotocol: van 10.00 tot 22.00 uur stand-by op het strand. Aan de waterlijn, onder de parasol met een zeebriesje. Picknick erbij: stokbrood, pastasalade, ’s avonds een wijntje. Het strand verveelt nooit. So far, so good. 🤗
Wat betreft het strand: het valt me op dat tegenwoordig écht iedereen een supboard heeft. Heerlijk vermaak om te zien, vooral als iemand het voor het eerst probeert en er tig keer af sodemietert. Nog niet zo goed als de klassieker: iemand op een luchtbed dat bij landwind langzaam richting Marokko drijft, daar nét iets te laat achterkomt en dan als een bezetene terug moet peddelen. Maar tóch: een solide tweede plaats als vermaak. 😉
Het lijkt me overigens best leuk, zo’n sup, maar het idee om dat ding elke dag door het mulle zand te slepen? Nee hoor. Sup’n doe ik thoes in Drenthe wel een keer, op ’t Hemelriek. Voor nu houd ik het bij mijn plastic emmertje en schepje. Helaas… zelfs scheppen is te warm. Mijn zandsculpturen zijn een schamele bende. 🫣
En al met al… ik kom maar niet in die relaxmodus die je in de vakantie hóórt te hebben. Hoe goed ik ook mijn best doe, de crisiscoördinator in mij blijft paraat. Elke dag een hitteplan, elke avond een strategie-overleg: laat uit eten, waterdiscipline, tactisch gebruik van schaduwzones. Toch: overal bloedheet.
Na 23.00 uur is het wél zalig. Zwoele avonden zoals we die in Nederland alleen kennen van vakantiefolders. Dan spelen we een spelletje, hapje erbij, drankje erbij. En dan naar bed… waar het nog steeds 30 graden is. Ach ja, het zijn maar details. Ik kijk rond in de tent en voel pure kneuterigheid. Mijn blauwe koffiezetapparaatje past precies bij mijn blauwe gordijntjes. Zo blij als een kind ermee. 🤗
Zoals elke ochtend check ik de weerapps. En ik tuur ik naar de lucht, een tic van mijn vader, die ook regen uit de wolken kon kijken. Gisteren nog hevig onweer en hagelbuien vlakbij. “Dat kan nooit goed gaan,” denk ik. Maar ik zeg het niet hardop, want ik gun mijn gezin vakantie. 😂
Dan: koffie in de hand, telefoon erbij… en boem. 40 graden én landwind in de voorspelling. Ik verslik me.
40 graden en landwind = PANIEK.
Crisisoverleg met het gezin.
Beeldvorming: warmer, wind draait, zeebries weg.
Oordeel: drie dagen afzien, daarna geen zeebries als beloning maar onweer en stortregen.
Besluit: plan B!
Ik zoek nog wanhopig naar een weerbericht dat zegt: “Joh, het valt wel mee.” Niets. Mijn geliefde ochtend- en avondwandelingen over het strand kunnen me ineens gestolen worden. We besluiten: we vertrekken.
En dan, alsof het universum mijn besluit wil onderstrepen, klinkt de campingluidspreker: “Hoogste alarmfase m.b.t. water.” Sommige plekken hebben al geen water meer.
Niet veel later rijdt de ambulance voor de tweede keer naar onze buurvrouw. Ze trekt duidelijk de hitte niet. Ik denk: “Nee Bianca, niet doen. Ze hebben jou hier niet nodig. Laat die mensen werken.” Ineens voelt ons vertrek als een pure heldendaad. Tot slot: de druppel. Alarmfase diep rood, wat betreft kans op natuurbranden hier.

Maar… wanneer inpakken en vertrekken? Het is feestdag, overal druk, heel Frankrijk is een oven. Maar ik leef op noodplannen. En hé, beter dat wij ruimte maken voor de hulpverleners die hier nu echt belangrijk werk doen.
Volgende vraag: waarheen? Ik denk aan België… en in mijn hoofd hoor ik ‘Het Goede Doel’ al zachtjes zingen.
Zo eindigt deel 1 van onze vakantie als een militaire evacuatie, met meer draaiboeken dan strandwandelingen. Maar goed, er spelen in de wereld belangrijkere dingen dan een hittegolf in onze vakantie.
En nu? Inpakken.
Zie het voor je: een nét iets te dikke vrouw in bikini, hoofd als een tomaat, worstelend met een vouwwagen die niet mee wil werken. Het gemopper dat ik daarbij produceer, mag je er zelf bij bedenken.😂