Het is zover.
Broodjes gesmeerd.
Voldoende water aan boord.
Brandblussers? Check.
Blusdeken? Check.
En natuurlijk: de routekaart op schoot.
Google Maps is leuk, maar als het internet eruit ligt, heeft iedereen een probleem.
Ik niet.
Gewoon twee vierkante meter kaart op mijn schoot en ik kom altijd op de bestemming.
Ook het kompas is mee. Anders weet je nog steeds niet welke kant je op moet.
Je kunt natuurlijk ook naar de stand van de zon kijken, maar als het bewolkt is, heb je daar geen zak aan.
Tja… je bent crisiscoördinator of je bent het niet.
Mijn gezicht was ondertussen professioneel beplakt met verkoelende pads, om de vochtophoping, zoveel mogelijk onder controle te houden.
Daaroverheen een enorme zonnebril, om mijn vochtkwabben die inmiddels vrolijk heen en weer zwieberden voor mijn oogjes te verbergen.
Zoals mijn schoonzus al appte:
“Gelukkig schijnt daar de zon, dan staat die enorme zonnebril ook minder dom.”
Kijk. Daar heb je familie voor. 😉
Eerste stop: Meppel.
De auto geeft aan: “Neem een rustpauze.”
Het moet niet gekker worden.
Normaal jakkeren we met gemak 1.200 kilometer op één dag richting Zuid-Frankrijk.
Nu doen we 350 kilometer.
Dus ja, dan moeten we het wel een beetje opdelen.
Anders zijn we veel te snel op onze bestemming.
Terwijl we door Nederland rijden, zie je de natuur bijna juichen.
Het regent de hele weg.
22 graden.
Top!
En toch voelt het alsof we al ergens in Zuid-Frankrijk of Spanje rijden.
Ik heb de boel daar nog nooit zo bruin en dor gezien.
De weerapp geeft voor onze bestemming 28 graden en bewolkt.
Prima.
Acceptabel.
Niet te veel hitte op de eerste dag. Zo houden we het graag.
Tot we Limburg binnenrijden.
De wolken verdwijnen.
De zon verschijnt.
Tyfus, wat heet.
We komen aan bij 30 graden, windstil en uiteraard staan we precies in de volle zon.
Niet bepaald bevorderlijk voor het dansende vocht in mijn inmiddels steeds verder hangende vel-kwabben.
Maar goed.
Wat een geluk dat we tegenwoordig een caravan hebben.
Luifel uitdraaien.
Stoelen en voetenbankjes eruit.
En zitten maar.
De hitte maakt één ding meteen duidelijk:
Ik ga dat kooktoestel vandaag niet uitproberen.
Er zit een restaurantje bij de camping.
Prima.
Crisiscoördinator zijn betekent tenslotte ook: risico’s vermijden waar dat kan.😉
Eerst nog even lekker zitten met een koud drankje.
Tot ik ineens zeg:
“Verbeeld ik het me, of ruik ik een brandlucht?”
“Nee hoor,” zegt mijn man.
Niets aan de hand.
Die kent me langer dan vandaag.
Maar ik weet het zeker.
En we staan letterlijk aan de bosrand.
Dus ik ga op onderzoek uit.
Eerst een rondje over de camping.
Waar komt die lucht vandaan?
Ondertussen open ik Veiligheidsregio Limburg en begin ik alvast de mogelijke evacuatieroute te bekijken.
Je weet maar nooit.
Ik heb nog geen brand gezien, maar de evacuatie is in ieder geval al geregeld.
Dan lees ik over de grote natuurbrand in België.
Het zal toch niet…
Jawel.
Dat is wat we ruiken.
En hemelsbreed is het ook nog eens helemaal niet zo ver weg.
Binnen no-time ligt de hele tafel vol.
Windrichtingen.
Voorspellingen.
Kaarten.
Google Maps.
Rookontwikkeling.
Routes.
Ik weet genoeg.
Het plan was eigenlijk om hier misschien nog een dagje te blijven.
Maar mijn innerlijke crisiscoördinator heeft inmiddels besloten:
Morgenvroeg rijden we verder.
Die nacht slaap ik licht.
Het raam van de caravan staat open.
Zodat ik eventuele rook kan ruiken, maar…. als ik slaap, ruik ik natuurlijk niets.
En dat weet mijn brein ook.
Dus zodra er ergens in de nacht een takje kraakt, een auto langsrijdt of ik toevallig ademhaal, schiet mijn interne meldkamer aan.
Rook?
Nee.
Niets.
Maar ja, je weet het maar nooit.
Natuurlijk is de brandweer alert.
En natuurlijk zal de camping waarschuwen als dat nodig is.
Maar in deze tijd draait het ook om weerbaarheid en zelfredzaamheid.
En dus lig ik midden in de nacht in mijn caravan met één oor open.
Voor de brandlucht.
De volgende ochtend zijn we al vroeg op pad.
De hele route door de Ardennen hangt een enorme rooklucht.
De geur van de brand blijft indrukwekkend.
En ineens voelt al die overdreven voorbereiding van gisteren toch wat minder overdreven.
Grote chapeau voor alle brandweerlieden die daar, en elders, aan het werk zijn. Echte helden. ❤️

