Home

Tja, als ik niet naar het strand kan, dan maar de volle toerist uithangen. Na de stedentrip stond  Valkenburg op het programma. Verstand op nul… nou ja, dat zou mooi zijn. De crisiscoördinator in mij gaat natuurlijk nóóit helemaal uit.

Bij de kabelbaan check ik dus eerst de staalkabels alsof ik bij de Rijksinspectie werk. Ik bedoel: wij Nederlanders bouwen dijken, geen kabelbanen. Dus ja, argwanend turend stap ik in. Ik wil ook niet wéér de spelbreker zijn 😂. Ik reken snel even uit dat mijn overlevingskans nog net iets boven nul ligt. Botten gebroken? Ja, waarschijnlijk. Helemaal dood? Ach, klein risico.De jongeman die ons begeleidt neemt zijn taak gelukkig bloedserieus. “Op de voetjes gaan staan, op het juiste moment gaan zitten.” Prima, dit voelt bijna professioneel. Vergeleken met ski’s is dit kinderspel. En uitstappen? Geen blonde stuntelige taferelen deze keer.😉

Onderweg werd er een foto gemaakt. Iedereen kijkt netjes in de camera. Behalve ik. Ik kijk omhoog. Waarom? Omdat ik natuurlijk nét op dat moment nog even de bevestiging van ons bakje wilde checken. Prioriteiten. 😅

Eenmaal boven: uitzicht bewonderd, adem gehaald, en hup – door naar de rodelbaan. Het is tenslotte heerlijk weer. Rodelen leek me veilig: zonnetje, windje, geen kans op hitteberoerte. Twee standen: gáán of remmen. Ik kies natuurlijk voor remmen. 😂 Al probeerde ik er wel nog een soort van elegant uit te zien… half gelukt.

Daarna de afdaling terug. Natuurlijk alleen mogelijk met de kabelbaan. En ja hoor, weer dat bonnetje laten zien. Logisch is anders – je kwam immers ook al met dat ticket boven. Maar goed, ik ben blij dat ik weer vaste grond onder mijn voeten heb. Afgevinkt: rodel ✔️. Op naar de lunch.

In Valkenburg heb je “beperkte” keuze: ongeveer 500 restaurantjes. Ik vind Borger al druk in de zomer. Haha We vinden een plekje op een terras: 24 graden, zon, koele bries. Perfect! 

Dan: tijd voor avontuur. We huren E-shoppers – de schrik van de Limburgse wegen. Eerst wat oefenen op een stil weggetje. Ik ben natuurlijk weer aan het hannesen, maar wil niet laten merken dat ik geen talent heb voor sturen van gemotoriseerde twee tweewielers, dus gáán.

Na een paar kilometer houd ik het niet meer in: “Zeg, hoe sturen jullie dit ding eigenlijk? Naar rechts is een drama. Ik moet mijn hele gewicht erin gooien. Het is een soort gevecht met dat ding”

We besluiten te ruilen. Mijn man stapt op en na tien meter roept hij al: “Wat een kloteding!” Aha! Dus het lag níet aan mij. Dank u, bevestiging. Ik blijf dapper doorrijden alsof ik altijd al in de Limburgse heuvels heb geflaneerd. Elegant glijd ik verder, met tussenstops op terrasjes. Bijna vergeet ik dat we gewoon in Nederland zijn.

’s Avonds eten we bij het campingrestaurant. Gezellig en kneuterig. Heerlijk. Daarna nog even de benen strekken in de heuvels. En eerlijk is eerlijk: het omdenken is gelukt. Het voelde echt als vakantie, zelfs in Nederland. Inmiddels ook beetje gewend aan de Kaiserbroodjes  in plaats van stokbrood. 

En ja, ik pas me inmiddels ook aan de ANWB-stijl aan: donkerblauwe handdoeken op de stoelen, keurig ingeblend met de omgeving. En nu? Het is goed zo. Soms moet je gewoon niet méér willen. Perfect moment om na het ontbijt lekker naar hoes te gaan. Thuis vakantie vieren – dat moet vast ook te leren zijn.

Nb

Deze vakantieblogs tik ik op mijn telefoon, zonder back-upplan. Tik- en andere foutjes zijn dus onvermijdelijk.